Nawoord strip

Thuis

 

 

Titelpagina
De Tijger van Malakka

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto gemaakt door Permesta-kolonel Muharto
vanuit de B 26 van Beal

 

De RI Hang Tuah in aktie

 

Graf van Hang Tuah-slachtoffer
op de begraafplaats van Balikpapan
In 1958 woonden mijn vader, moeder, zusje en ik in Balikpapan, een stad op Kalimantan in Indonesië met toen enkele tienduizenden inwoners. Rondom Balikpapan wordt olie gewonnen, in de stad wordt olie verwerkt en in de haven wordt olie verscheept. Zowel aan het begin als aan het eind van de Tweede Wereldoorlog is er hard om de olie gevochten. In 1958 gebeurde dat weer. Ik heb herinneringen aan luchtalarm, bombardementen door onherkenbaar gemaakte vliegtuigen, een brandende olieraffinaderij, zinkende schepen, huiszoekingen en een overhaaste evacuatie op een door het Rode Kruis gecharterde en overladen boot. Een half mensenleven later besloot ik uit te zoeken wat er toen precies was gebeurd. Er was toch helemaal geen oorlog?

Officieel was er inderdaad geen oorlog maar officieus wel. Een jaar na de gebeurtenissen, in 1959, schreven Victor Hubinon en Jean-Michel Charlier er een strip over, de Buck Danny-aflevering met de titel De Tijger van Malakka. Daarin wordt een sultan opgevoerd die in Indonesië een geheim genootschap met de naam Tijger van Malakka leidt en daarmee 'terrorisme, zeeroverij, wapensmokkel en handel in verdovende middelen' bedrijft. De hele regio wordt erdoor in gevaar gebracht en daarom verzoeken de Aziatische leden van de Verenigde Naties om ingrijpen. De Verenigde Staten geven aan het verzoek gehoor met 'een zuiveringsactie van reusachtige omvang', uit te voeren door Buck Danny en zijn mannen van de us navy.
Het is een knap verhaal want de ware toedracht van het Amerikaanse ingrijpen in Indonesië in 1958 is pas een jaar of tien geleden boven water gekomen omdat het een 'covert operation' betrof, een geheime operatie. De stukken erover zijn nog steeds niet allemaal vrijgegeven. Bovendien is het knap hoe Charlier en Hubinon van een smerige oorlog een schone weten te maken. Het lijkt achteraf wel of ze ervoor werden betaald de straatjes van het Witte Huis en het Pentagon schoon te vegen. In werkelijkheid was alles, maar dan ook alles, andersom.
In 1957 ontstond op Sulawesi een beweging, de Permesta, die geleid werd door christenen, vooral militairen. Met de smokkel van kopra werd de aanschaf van wapens gefinancierd. Daarmee zou het centrale gezag van de Republik Indonesia, met name president Sukarno, bestreden moeten worden. Op alle fronten, politiek, militair en economisch. Voor de geheime dienst van de Verenigde Staten van Amerika kwam de Permesta als een geschenk uit de hemel. Al jaren wilde de leiding van de CIA 'de voeten van president Sukarno bij het vuur houden' omdat hij veel te onafhankelijk was. In de Koude Oorlog koos hij niet exclusief vóór de usa en werd dus beschouwd als tégen. Eind 1957, begin 1958 voorzagen de directeur van de CIA, zijn broer de minister van Buitenlandse Zaken en de president van de Verenigde Staten de Permesta in het geheim van een luchtmacht. Er brak een oorlog uit die de hele regio, Indonesië, Maleisië, Nederlands Nieuw-Guinea, de Filipijnen, Singapore, Taiwan, in gevaar bracht. Voor een Derde Wereldoorlog werd gevreesd. Gelukkig mislukte de operatie jammerlijk. Een Amerikaans vliegtuig werd uit de lucht geschoten en de piloot ervan kwam levend in handen van het Indonesische leger. De luchtsteun aan de Permesta werd onmiddellijk ingetrokken. De opstandelingen trokken zich terug in de bergen van Noord-Sulawesi en gaven zich pas vele jaren later over aan de regeringstroepen.

Ook in deze oorlog streden de partijen om de olie van Balikpapan. Zo kon het dus gebeuren dat ik in april en mei 1958 op school af en toe onder mijn tafeltje moest gaan zitten omdat er een bommenwerper overvloog. Het zwaarste bombardement, weet ik nu, was het derde, in de ochtend van maandag 28 april. De zevenendertigjarige 'former U.S. Air Force lieutenant colonel' William H. Beale Jr. maakte op die dag vanuit zijn Douglas B 26 Invader een startbaan onklaar, beschoot pijpleidingen tussen de raffinaderij en de haven en bracht de San Flaviano, een Britse tanker, tot zinken. Zijn laatste bom wist hij op het dek van de Hang Tuah te gooien, een korvet van de Indonesische marine. Het verging onmiddellijk. Achttien doden en achtentwintig zwaargewonden. Dat deze strip er is, is te danken aan de naam van het korvet.

Ik wilde natuurlijk weten wie Hang Tuah was en kreeg in Indonesië te horen dat het om een Maleise held ging. Maar die ging pas voor me leven toen ik in een antiquariaat een prachtige, in batik gebonden uitgave vond met de titel Malaiische Chronik * Hang Tuah. Daarin stond een ingekorte versie van de enige vertaling die ooit in een West-Europese taal gemaakt is van de Hikayat Hang Tuah, het verhaal van Hang Tuah, een klassiek Maleis geschrift. Het ging om de door Rudy Kousbroek ook al genoemde vertaling van Hans Overbeck uit 1922. Hang Tuah bleek een historische figuur te zijn wiens levensverhaal generaties lang werd doorverteld en uiteindelijk in verdichte vorm te boek werd gesteld. Kenners roemen de Hikayat Hang Tuah. Twee handschriften ervan staan sinds 2001 in het Memory of the World Register van de UNESCO. Voor mij is de Hikayat Hang Tuah de Odyssee van de Maleise cultuur.
Ik heb er geen moment over gedacht om de Hikayat te gaan vertalen. Wel wilde ik eens de integrale versie lezen en toen ik die in de bibliotheek ging opzoeken, kwam ik erachter dat er een Hang Tuah voor kinderen bestond, de strip Hang Tuah untuk anak-anak. Hij was door ene Nasjah gemaakt, in 1951 door Balai Pustaka in Jakarta uitgegeven en maakte deel uit van een serie klassiekers in stripvorm, Indonesische Illustrated Classics. Ik was direct verkocht. 'Wat is er mooier', dacht ik, 'dan een sombere geschiedenis over een clandestiene oorlog af te sluiten met de vertaling van een meesterwerk in stripvorm?' Ik nam de strip mee naar huis, scande hem in, leegde de balonnetjes en vulde ze met Nederlands. Beviel me dat, dan zou ik het grote werk ook vertalen. Het is me bevallen.

Ik heb ervoor gekozen de moderne spelling van het Indonesisch en Maleisisch te hanteren. Dus geen Toeah maar Tuah, geen radja maar raja, geen Malakka maar Melaka en zelfs geen Java maar Jawa. De maker van de strip, Nasjah Djamin (1924-1997), was een beroemd schrijver, dichter, schilder en illustrator. De uitgever, Balai Pustaka, is wat wij de Staatsdrukkerij en -uitgeverij zouden noemen. En het jaar waarin de strip verscheen, was kort na de officiële overdracht van de soevereiniteit aan Indonesië. Ik heb dan ook het sterke vermoeden dat de serie strips waarvan deze Hang Tuah deel uitmaakt, bedoeld was om kinderen en volwassenen toegang te verschaffen tot een verzameling geschriften die van belang werd geacht voor het ontstaan van een nationaal gevoel. Een gevoel dat de kleine honderd miljoen Indonesiërs van toen nooit hadden gekend en alle presidenten sindsdien hebben gestimuleerd. Het ontwikkelen van een nationale en ­met de Republik Malaysia samen­ zelfs supranationale spelling hoorde en hoort bij die inspanning. Ik vond het ongepast een spelling te hanteren die overduidelijk van vroeger is en associaties oproept met de tijd waarin Indonesië nog een kolonie was.
© fred dijs, In beeld, tekst en uitleg, 2003